0

Pijnlijke handen overgang

En op de caesuur van 1848 volgde een politiek klimaat, waarin de door de jonghegelianen geïnitieerde atheïstische verlichting taboe was, in het bijzonder natuurlijk haar radicalisering door Stirner. De belangrijkste protagonisten best (feuerbach, bauer, marx) verdedigden haar zelf ook niet meer en pasten zich hoe dan ook aan de nieuwe politieke verhoudingen aan. Stirner raakte in materiële nood en stierf in 1856. Op dat tijdstip was hij al lang de on-persoon, een onaanraakbare, een paria van de geest geworden. Tot aan het einde van de jaren '80, een periode die ongeveer nietzsches bewuste tijd van leven afdekt, was publiekelijk nauwelijks sprake van Stirner. Daarentegen hadden in de jaren '60 denkers succes als Schopenhauer, hartmann en Lange, waaraan nietzsche zich in zijn geschriften en brieven vaak refereerde. Kan hij door hen aan Stirner zijn gekomen? Arthur Schopenhauer (1788-1860) heeft Stirner nooit genoemd. Eduard von Hartmann (1842-1906) behandelt Stirner slechts kort in zijn succesvolle eerste werk "Philosophie des Unbewussten" Filosofie van het onbewuste (1869 maar juist hiervan kan niemand raar opkijken, want hij maakt de opmerkzame lezer duidelijk, dat hij in ieder geval zelf op "Stirners standpunt" heeft. (23) Friedrich Albert Lange (1828-1875) gaat in zijn beroemde "Geschichte des Materialismus" Geschiedenis van het materialisme (1866) met weinig, maar goedgekozen woorden op Stirner. Hij duidt zijn boek aan als "Het meest extreme dat wij helemaal kennen noemt het "berucht" en - gaat er dan snel aan voorbij, doordat hij kortweg beweert, dat het niet in een nauwe betrekking staat tot het materialisme. (24) de vermeldingen over Stirner in de boeken van Hartmann en Lange zijn de belangrijkste in de veertig jaren underground, belangrijk met name hier, omdat nietzsche beide werken bijzonder grondig heeft bestudeerd.

Late oudheid - wikipedia

Met zijn vernietigende kritiek op de shiseido beide leidende jonghegelianen wilde hij echter het ontwaken van de verlichting na hegel geen schade toebrengen; hij wilde het veeleer door een radicalisering op een hoger plan brengen. Latere historici hebben de bijzondere positie van Stirner genegeerd en hem kortweg ondergebracht bij het jonghegelianisme en dezen gezamenlijk als enkel een "verschijnsel van verval" van de hegelse school weggecatalogiseerd. De »Enige« was daarmee, zoals aangetoond, niet opgeruimd. Stirners kritiek was voor de jonghegelianen eerst een schok. De aangevallen feuerbach - in een brief noemde hij Stirner de "meest vrije en geniaalste schrijver die ik heb leren kennen" - (21) schreef een verdedigingsgeschrift. Stirners soevereine repliek bracht de jonge aanhanger van feuerbach, karl Marx, in een situatie die men met recht als zijn "initiële crisis" kan aanduiden. Hij maakte zich van feuerbach los, sloot zich echter niet bij Stirner aan, maar schreef koortsachtig - door de »Enige« zin voor zin af te werken - een furieuze "anti-Stirner". In dit proces concipieerde hij zijn originaire idee van het "historische materialisme het kader dat hij zijn leven lang met economische studies probeerde in te vullen. Maar Marx was wel bevreesd, dat het hem met zijn "anti-Stirner" zou kunnen vergaan als feuerbach en liet het manuscript ongedrukt. (22) Al in 1847, nog voordat de onlusten van maart 1848 zich aankondigden, was Stirners shockerende boek "vergeten".

Het is, zoals ook janz constateert, "tot op heden niet definitief beslist" - wat echter niet betekent, dat men daarin voor het nietzsche-onderzoek een uitdaging ziet. Misschien kan bovenstaande schets betreffende de clandestiene invloed van Stirner op prominente denkers van Marx tot Habermas, alsmede de hierna in bijzonderheden te presenteren vondst aangaande de biografie van de jonge nietzsche, de sinds lang verdwenen interesse aan dit vraagstuk opnieuw tot leven brengen; want. (20) Zij moet echter als zodanig eerst ter sprake worden gebracht, en wel van begin af aan. 4.1 de »Enige« in de underground Het verschijnen van Stirners boek »Der Einzige und sein Eigentum« de enige en zijn eigendom valt qua datum curieus genoeg bijna samen met de geboorte van nietzsche: medio october 1844. Johann Caspar Schmidt, ) woonde toen in Berlijn en verkeerde in de kring van de zgn. De theoretische voormannen daarvan waren twee voormalige hegeliaanse theologen, die wegens hun godsdienstkritiek waren weggestuurd van de universiteit: Bruno bauer in Berlijn en Ludwig feuerbach in de provincie franken. Bauer probeerde als eerste de ideeën van de atheïstische stroming van de Franse verlichting in duitsland op te pakken. Feuerbach had zich, puttende uit duitse bronnen, eveneens tot een atheïstische positie doorgeworsteld. Toen trad Stirner in het strijdperk, de "kunstmatige barbaar" (Calasso) en nam een standpunt in, van waaruit hij de beide atheïsten als "vrome lieden" kon bespotten.

Geschiedenis van Europa - wikipedia

Dit verklaart waarom zij de redenen voor hun absolute vijandschap meestal slechts vaag laten klinken of bij vergissing uiten; waarom de redenen voor de keuze van de verdedigingsmethode - verzwijgen en ontzegging van het podium, desnoods geflankeerd door de ontwikkeling van een clinic in de trend. (18) ik heb daarom de eigenlijke geschiedenis van Stirners invloed, die onder een warboel van conventionele Stirner-literatuur begraven ligt, als een re(pulsie- en de)ceptie-geschiedenis beschreven in het boek »Ein dauerhafter dissident« Een duurzame dissident. Deze begint met feuerbach, bauer, ruge en Marx, omvat een behartenswaardige reeks van denkers uit de late 19e en vroege 20e eeuw en loopt door tot Jürgen Habermas in onze tijd. (19) Of ook friedrich nietzsche in deze rij van prominente namen thuis hoort, valt aan het slot te overdenken. Het Stirner-nietzsche- vraagstuk voorheen de vraag of en, zo ja, hoe stirners »Enige«Nietzsche heeft beïnvloed, werd voor de eerste keer gesteld in het begin van de jaren 1890. Zij rees in een gecompliceerde samenhang: aan de ene kant met nietzsches finale crisis en zijn kort daarna onverwacht en opeens intredende roem; aan de andere kant met de vroege receptie van de»Enige«die, na een korte sensatie in 1845/1846, gedurende veertig tot vijftig jaar bijna. Een nieuwe druk van de»Enige« in 1882 werd door de buitenwereld nog met zwijgen beantwoord. Eerst tien jaar later is een Stirner-renaissance mogelijk geworden en wel alleen als epifenomeen van de populariteit van nietzsche. Men durfde blijkbaar over de zolang "verloren gegane" Stirner pas spreken, nadat men in nietzsche zijn overwinnaar had ontdekt. De vraag naar de verhouding van nietzsche tot Stirner lag in ieder geval zeer voor de hand en kreeg, zodra ze was gesteld - iets naders daarover later- te maken met een levendige interesse. Men bracht frappante overeenkomsten tussen beide denkers over 't voetlicht en vermoedde, dat de latere, nietzsche, de eerdere moest hebben gekend, ook al heeft hij hem nergens genoemd. Na een uitbundig spoorzoeken, waarvan de resultaten zeer schamel waren, liet men de vraag tenslotte rusten, vooral daar het onderwerp - indachtig het bovenaangehaalde dictum à la riehl - verder niet de moeite waard leek.

(13) Opmerkelijk is, dat deze auteurs Stirner niet waardig hebben gevonden voor een kritiek met argumenten; dat hun krachtige woorden meestal zijn gevallen op een afgelegen plaats, nadrukkelijk terloops of toevallig. De gemaakte keuze moge voldoende zijn om het verschijnsel te staven van een weliswaar duidelijk intensieve, maar uiterst clandestiene Stirner-receptie. Voortbouwend op een gelijkgestemde vooringenomenheid bij de geschoolde lezer, wordt deze voornamelijk uitgesproken door middel van gefluisterde toespelingen omtrent de cultuurvijandige demonie van Stirner en de absolute kwaadaardigheid van zijn ideeën. Bij enige auteurs die voorzichtiger en gedisciplineerder schreven, maakt het vermelden van Stirner de indruk van een ontglippen: Edmund Husserl noemt hem geen enkele maal in al zijn teksten, brieven enz.; maar dit niet omdat hij Stirners ideeën niet kende of omdat hij ze nietszeggend. (14) Pas de extreem existentiële situatie van gevangenschap bracht Carl Schmitt ertoe iets prijs te geven van zijn sinds zijn jeugd verzwegen verhouding tot Stirner. (15) Theodor Adorno gaf weliswaar in kleine kring toe, dat Stirner degene was geweest die "de kat de bel heeft aangebonden maar vermeed angstvallig met hem op basis van argumenten in discussie te gaan of hem ook maar te vermelden. (16) de niet-genoemde redenen van zulke partisanen - wier onbekende aantal nauwelijks is in te schatten - zouden wel eens kunnen lijken op die van de eerdergenoemde apocalyptische zieners. Andere auteurs, uit de laatste tijd bijvoorbeeld de boven genoemde Ottmann en Safranski, doen nuchter en soeverein aan; toch is in hen een wonderlijke ambivalentie tegenover Stirner bemerkbaar, waarvoor ze hun best doen - zoals prototypisch al de jonge marx - om haar door middel. De absolute vijandschap jegens Stirner - door hen tegengewerkt door de meer of minder bekwame moeite om Stirner niet te herwaarderen - staat bij de genoemde denkers buiten twijfel. Ze is veel vaker te vinden bij filosofische dan bij theologische auteurs; maar slechts zelden liet een van hen zich door zo markante woorden meeslepen als de vroege vereerder van nietzsche karl joël, hoogleraar in de filosofie te bazel, in zijn opus magnum. De »Enige« schrijft hij, is het "wildste ketterboek dat ooit een mensenhand heeft geschreven" en Stirner heeft er een waarlijke "duivelsreligie" mee gegrondvest. (17) joël bereikte het punt: "Stirner" is voor vele niet-theologische denkers het geheime teken voor datgene, wat voor de theologische de "duivel".

Klages erkent wat de "schier demonische dialecticus" betreft dat hij, vergeleken met nietzsche, "vaak radicaler, minder omslachtig, als vivisector nauwkeuriger tewerk gaat en allerlaatste uitkomsten niet zelden in kortere bewoordingen aanbiedt" en hij ziet in Stirner de werkelijk "serieus te nemen antipode" van nietzsche. Daarom zou nietzsche zo oneindig belangrijk zijn, want "de dag waarop Stirners programma alleen al door wilsovertuiging van iedereen zou worden. Zou de 'jongste dag' van de mensheid zijn." (11) In dezelfde zin uitte zich een denker van een geheel andere herkomst, de marxist Hans heinz holz. Hij waarschuwde ervoor dat "het Stirner-achtige egoisme, als dat praktijk zou worden, tot de zelfvernietiging van het mensdom" leidt. Maar ook de ex-marxist Leszek kolakowski heeft ten aanzien van de »Enige« deze apocalyptische visie: de door Stirner bedoelde "destructie van de vervreemding, dus de terugkeer tot authenticiteit, zou niets anders zijn dan de vernietiging van de cultuur, de terugkeer tot het dier-zijn. De terugkeer tot de voormenselijke status." nietzsche zelf lijkt, aldus Kolakowski, "zwak en inconsequent in vergelijking met hem." (12) En Roberto calasso, drager van de nietzsche-Premio van 1989, schrijft: "Menigeen zegt ook dat men ervan uit moet gaan, dat een beroepsfilosoof zich niet met zoiets. voortaan is Stirner uit de cultuur uitgestoten. bijzonder voelbaar wordt Stirners aanwezigheid. Bij auteurs, die geen woord over hem zeggen of hem bespreken in nooit-gepubliceerde teksten, bij nietzsche en Marx." ook calasso ziet in Stirners »Enige« de "kunstmatige barbaar het "antropologische monster" enz. Het menetekel van de westerse cultuur.

Neuvěřitelná historka muže ve skříni

Het gaat hierbij ondubbelzinnig om de Stirner-biograaf en -uitgever John Henry mackay, wiens naam voor iedereen heel gewoon is, die stirner niet slechts kent van horen-zeggen. Janz heeft het verkeerd overgeschreven, kan Markay niet identificeren en dus zijn voornaam niet in het register noemen. Een andere persoon, die janz blijkbaar niet kent, is lauterbach, die in een geciteerde brief voorkomt en door Janz, doordat hij zijn voornaam niet kent, in het register alleen maar nader wordt aangeduid met "heer". Het gaat hier om paul lauterbach, de uitgever van de vroege reclam-uitgave van Stirners »Enige«. Op de plaats waar Janz zelf kort op het Stirner-nietzsche-vraagstuk ingaat (iii, blz.212. parafraseert hij een artikel van Resa von Schirnhofer, waarin een publicatie uit 1894, die stirner betreft, abusievelijk met 1874 is gedateerd. Janz merkt deze zeer duidelijke drukfout niet op en bouwt op de verkeerde tijdsaanduiding een - natuurlijk twijfelachtig - vermoeden. Terwijl Janz de episode hóe de jonge nietzsche vrouwen tot de filosofie kwam, hoe hij als 't ware van de ene dag op de andere een geestdriftige volgeling van Schopenhauer werd, even klakkeloos van nietzsche overneemt als alle mij bekende nietzsche-biografen, constateert hij wel een beslissende. Hij ziet Eduard Mushacke als een zo onbelangrijke nevenfiguur over het hoofd, dat hij hem in het register achteloos van de voornaam Eberhard voorziet. Uitweiding: de clandestiene Stirner-receptie, ten aanzien van de wijdverspreide geringschatting en de nog verder verspreide onwetendheid betreffende Stirner doen enkele prominente denkers ons verbaasd staan met enkele uitlatingen over hem. Ludwig Klages bijvoorbeeld zag zich in ieder geval in zijn nietzsche-studie genoopt aan de auteur Stirner "te herinneren hoewel hij niet gelooft, dat nietzsche hem kende. pijnlijke handen overgang

Safranski heeft het over nietzsches "opmerkelijke verzwijgen" van Stirner, Ottmann zonder motivering over "een van de meer intelligente nietzsche-legenden." niemand gaat echter werkelijk op het thema in - wat voor een feuchtigkeitscreme deel begrijpelijk wordt, als men weet heeft van de "clandestiene receptie" van de »Enige«. Door Stirners sinds tientallen jaren stevig gevestigde positie in de marge, zijn de toch al sinds lang gebrekkige kennis over hem en zijn ideeën in verval geraakt. Een resultaat daarvan zijn de ingeburgerde, achteloos gebruikte, maar in ieder geval onjuiste etiketteringen van Stirner als jonghegeliaan, anarchist, nihilist, solipsist. In dit verband biedt de nog altijd toonaangevende, driedelige nietzsche-biografie van. Curt paul Janz, (8) een overigens zorgvuldig, grondig en in nieuwe drukken meermalen verbeterd werk, een interessant voorbeeld van de gevolgen van de vergeeflijk gevonden onwetendheid betreffende Stirner. Op moisturizing de halve bladzijde die janz aan het Stirner-nietzsche-vraagstuk wijdt (plus drie bladzijden documenten overkwamen hem vier ten dele zware fouten. Meer nog: deze fouten in het meestverbreide standaardwerk over nietzsche werden tot nu toe, na meer dan twintig jaar, niet opgemerkt: noch door de nietzsche-superdeskundigen, die janz terzijde hebben gestaan, onder wie karl Schlechta en mazzino montinari, noch door een groot en geleerd algemeen publiek. ze zijn in de laatste, opnieuw herziene oplage (9) van het werk nog altijd aanwezig en worden daarom hier kort opgesomd:. In de afgedrukte brieven betreffende het Stirner-nietzsche-vraagstuk, die köselitz aan overbeck stuurde (iii, blz. wordt herhaaldelijk een zekere markay genoemd.

Bijwerkingen chemotherapie gezondheid Alphega

Het sprak vanzelf; een argumentatie daarvoor zou niet op zijn plaats zijn geweest. Alois riehl, die in 1897 als een der eerste hoogleraren in de filosofie nietzsche met een monografie waardeerde, heeft deze instelling gepast terloops, zonder de verboden naam te noemen, tot uitdrukking gebracht: "En een nog groter gebrek aan bekwaamheid om de geesten te onderscheiden verraadt. Nietzsche daarentegen werd meestal ook door zijn vijanden gerespecteerd als een auteur vol van geest, een schitterende stilist en scherpzinnige psycholoog. Daarom heeft het spierpijn Stirner-nietzsche-vraagstuk, dat natuurlijk om zuiver polemische redenen werd opgeworpen, in de jaren rond 1900 een zekere explosieve kracht (zie onder). Tegenwoordig beschouwt men Stirner, als men hem kent, vanzelfsprekend niet meer als een paria, maar eenvoudig als een onbelangrijke randfiguur. Hij wordt daarom allang helemaal niet meer genoemd in de meeste boeken over nietzsche. Slechts zelden nog vindt men een auteur, die het Stirner-nietzsche-vraagstuk kort als thema behandelt, en dan slechts om het opnieuw als irrelevant aan de kant te leggen. De vraag of nietzsche de »Enige« heeft gekend speelt daarbij geen rol meer. Of het wel of niet is: Henning Ottmann vat na een korte schets samen: "Nietzsches geestelijke horizon, van de antieke tot de moderne, is altijd wijder. Hij was geestelijk niet verwant met de kleinburgerlijke species anarchistica Stirner." (6 ook, rüdiger Safranski besluit zijn Stirner-hoofdstuk met de opmerking, dat nietzsche Stirner "als een kleinburger" afstotelijk zou hebben gevonden. (7 toch is bij beide nietzsche-deskundigen absoluut een eigenaardige ambivalentie bespeurbaar.

pijnlijke handen overgang

Het zwaarste van deze bezinksels bestaat daaruit, dat het Stirner-nietzsche-vraagstuk - de vraag of nietzsche Stirners supplements boek heeft gekend en daardoor denkimpulsen heeft gekregen - reeds in de jaren rond 1900 breeduit werd besproken en tenslotte als onbeduidend ad acta werd gelegd; dit vooral doordat. Dit bezinksel is in de loop van een eeuw, aan het einde waarvan nietzsche wereldwijd hoog in aanzien staat en men Stirner zelf nauwelijks nog kent in duitsland, aanzienlijk verzwaard. Daarom is het noodzakelijk chronologisch achteruit, om zo te zeggen archeologisch, door te dringen tot het eigenlijke thema, tot nietzsches initiële crisis: eerst latere uiteenzettingen van het Stirner-nietzsche-vraagstuk te analyseren; dan - na een niet achterwege te laten want nuttige uitweiding betreffende de clandestiene Stirner-receptie. De verdergaande vraag of de zo verkregen reconstructie van nietzsches initiële crisis een nieuw zicht opent op de verdere ontwikkeling van de filosoof en of hiervan tenslotte gebruik kan worden gemaakt om de oorzaken van zijn finale crisis te verklaren, wordt hier niet besproken. Het Stirner-nietzsche-vraagstuk nu, het Stirner-nietzsche-vraagstuk? Een thema, dat tegenwoordig alom met schouderophalen mag worden begroet. Nietzsche, die kent men, in ieder geval, die meent men te kennen. Die kent men niet, hoeft men niet te kennen: een voetnoot bij nietzsche - of bij Marx, die hem toch al in 1846 met zijn kritiek de grond zou hebben ingeboord. Welke zin, behalve dan van een bekrompen geschiedschrijving, kan het dan toch hebben opnieuw de uiterst marginale en bovendien sinds lang afgedane vraag op te werpen, of nietzsche de »Enige« van Stirner wel of niet kende? Daarop wordt in dit stuk een antwoord gegeven. De naam Max Stirner heeft in de wereld van de filosofie, ja over het algemeen in de wereld van de cultuur, steeds een zeer slechte faam - als hij al niet helemaal vergeten was (zoals tot in de jaren 1890 en weer vanaf de jaren. Stirner gold als een benepen mens, was een uitgestotene, een onaanraakbare, een paria van de geest.

goede voornemens - etos

Inleiding en prno overzicht, friedrich nietzsche nedir beëindigde begin januari 1889 in Turijn zijn leven als filosoof met, zoals bij een groter publiek bekend is, een spectaculaire inzinking. Deze "finale crisis", waardoor nietzsche zich voor altijd geestelijk aan de wereld onttrok, werd vaak en zeer grondig onderzocht voor wat haar mogelijke oorzaken betreft, evenwel zonder dat definitieve helderheid kon worden gevonden of een eindoordeel kon worden gevormd. (2 het begin van nietzsches leven als filosoof is eveneens door een zware, ofschoon minder spectaculaire levenscrisis getekend. Nietzsche overwon deze in october 1865 door middel van de strengst mogelijke zelftucht en vooral, doordat hij een geestdriftige volgeling van Schopenhauer werd. Op deze "initiële crisis" werd, in tegenstelling tot zijn laatste, finale crisis, zelfs door de nietzsche-deskundigen tot dusver maar weinig acht geslagen en zij werd bijna nooit nader onderzocht. Nietzsches leven en werken werd weliswaar acribisch en kritisch onderzocht als van geen andere filosoof, (3) maar bij de beschrijving van de beslissende fase, waarin de jonge nietzsche filosoof werd, hebben zijn talrijke biografen uiterst onkritisch zijn eigen verklaringen gevolgd. (4 nietzsches abrupte ommezwaai eind october 1865 naar de (Schopenhauerse) filosofie wordt in de regel nog altijd toegeschreven aan het door hem genoemde "toeval" en wordt niet beschouwd als iets, dat nader moet worden opgehelderd. Ik heb nochtans deze grotendeels wit gebleven vlek van de nietzsche-biografie nader onderzocht en daarbij een verrassende vondst gedaan: Eduard Mushacke, waarmee nietzsche in de eerste helft van october 1865 een kort, blijkbaar zeer intensief, maar meteen weer afgebroken contact had, was een vroegere, nauwe. Deze vondst opent de mogelijkheid een nieuwe en deze keer kritische blik te werpen op deze ontwikkelingsfase van nietzsche. Natuurlijk wordt deze blik eerst nog door enkele filosofisch-historische bezinksels belemmerd. Zij verhinderen de serieuze toetsing van het vermoeden, dat in de - uiteraard slechts te postuleren - ontmoeting van de jonge nietzsche met Stirners »Enige« de beslissende oorzaak ligt voor zijn initiële crisis, waaruit de filosoof nietzsche tevoorschijn kwam.

Pijnlijke handen overgang
Rated 4/5 based on 904 reviews
SHARE

pijnlijke handen overgang Ekusecur, Sat, June, 09, 2018

Mankeren ze soms wat aan hun handen of hersenen?" vraag je. Tijdens de overgang verandert er van alles in je lijf. En dit heeft ook gevolgen voor je haar.

pijnlijke handen overgang Utiku, Sat, June, 09, 2018

Het klinkt misschien heel onlogisch maar vaak is de oorzaak juist overbelasting of juist te weinig belasting van de hand. De overgang, menopauze, opvliegers, stemmingswisselingen en andere overgangsklachten. Menstruaties op de meest ongelegen momenten. Als je hond gediagnosticeerd is met een pijnlijke ls-overgang, is het heel vaak goed mogelijk om hem volledig op het oude niveau terug te krijgen. Hoe dichter je bij de overgang komt, hoe ondragelijker het is om afgeleid te worden of bestookt te worden met vragen.

pijnlijke handen overgang Vorygur, Sat, June, 09, 2018

Search Results for: Stijve pijnlijke voeten Vrouw En overgang. Kuitkrampen s nachts Uitrekken Tijdens Slaap po ken ik al Jaren eveneens Kramp In Tenen En Soms ook handen. Droge ogen komen vaak voor bij bijv. Vrouwen in de overgang (menopauze) door ontregeling van de hormoonhuishouding. Mogelijke oorzaken tintelende handen.

pijnlijke handen overgang Ybivyja, Sat, June, 09, 2018

Ook de anticonceptiepil kan worden voorgeschreven.

pijnlijke handen overgang Ywalyfuh, Sat, June, 09, 2018

Uiteraard alleen op voorschrift van een (huis)arts. De arts zal op basis van de overgangsklachten beoordelen welke behandelingsmogelijkheden er zijn. En kan besluiten een behandeling met hormonen in te zetten. Zon behandeling bestaat uit oestrogeen, maar soms ook progestagenen of een combinatie van beide. Progestagenen zijn de synthetische vorm van medicijnen worden in tabletvorm verstrekt, als zetpil, neusspray, pleister of als vaginale crème.

pijnlijke handen overgang Uzele, Sat, June, 09, 2018

Vrouwen met heftige overgangsklachten zoeken vaak naar tips en hulp om die klachten te verminderen. Helaas hebben zij vaak onvoldoende baat bij praktische aanpassingen in het dagelijks leven zoals meer sporten, het voedingspatroon veranderen, acupunctuurbehandelingen, kruidenthee, etc. Voor deze vrouwen in de overgang bestaat de mogelijkheid om hormoonpreparaten te gebruiken.

Voeg een reactie

Jouw naam:


Commentaar:
Code van afbeelding: